Lees onze veelgestelde vragen

Investeren in vastgoed roept vaak praktische en financiële vragen op. Hieronder beantwoorden we de meest voorkomende vragen, zodat u precies weet wat u mag verwachten als investeerder.
Filter op categorie:
Meestal betaalt u belasting in het land waar het pand ligt. België heeft met veel landen een dubbelbelastingverdrag waardoor dubbele belasting vermeden wordt.
Belgische banken financieren zelden aankopen in het buitenland. Vaak werkt u met een lokale bank of herfinanciert u Belgisch vastgoed om kapitaal vrij te maken.
Veel investeerders schakelen een lokaal beheerkantoor in dat verhuur, onderhoud en administratie verzorgt. Dit brengt kosten met zich mee, maar bespaart u zorgen.
Regelgeving die kan veranderen, valuta-schommelingen en de fysieke afstand zijn de voornaamste risico’s. Samenwerken met betrouwbare lokale partners is cruciaal.
Populaire opties zijn Spanje en Portugal voor vakantieverhuur, Duitsland en Nederland voor stabiele huurmarkten, en Oostenrijk of Frankrijk voor chalets en tweede verblijven.
Nee, in veel landen of steden gelden specifieke regels of quota. Controleer altijd de lokale wetgeving voordat u een appartement of woning aankoopt.
Ja, veel investeerders combineren eigen gebruik met verhuur. Zo profiteert u van rendement én een eigen vakantieplek.
Bezoek het pand zelf, laat een lokale notaris of advocaat alles controleren en vraag een grondige due diligence. Zo voorkomt u juridische of financiële verrassingen.

Hoe wilt u uw vraag stellen?

Banken vragen doorgaans een eigen inbreng van 20% tot 30% van de aankoopprijs, afhankelijk van het type vastgoed, uw financieel profiel en de looptijd van het krediet. Voor nieuwbouw of investeringsvastgoed kan dat iets hoger liggen. Een stevige eigen inbreng toont solvabiliteit en verlaagt het risico voor de bank, wat vaak resulteert in gunstigere rentevoorwaarden.
Beide opties hebben hun voordelen. Een vaste rente biedt zekerheid: uw maandlast blijft gelijk, ongeacht de evolutie van de marktrente. Een variabele rente kan aanvankelijk goedkoper zijn, maar houdt een risico op stijging in. Veel investeerders kiezen daarom voor een mix van beide, bijvoorbeeld een deel vaste lening en een deel variabel om zekerheid en flexibiliteit te combineren.
De ideale looptijd hangt af van uw doelstelling en cashflowpositie. Een langere looptijd verlaagt de maandlast, maar verhoogt de totale rentekost. Een kortere looptijd betekent sneller afbetalen en meer netto rendement op lange termijn. Voor investeerders is het vaak optimaal om de looptijd af te stemmen op de verwachte huurinkomsten en herfinancieringsstrategie.
Ja, dat kan en vaak is het zelfs fiscaal interessant. Via uw vennootschap kunt u kosten zoals intresten, notariskosten en afschrijvingen fiscaal inbrengen, waardoor uw effectieve belastingdruk daalt. Let wel: het rendement wordt berekend op vennootschapsniveau, dus hou rekening met de belasting op meerwaarden en het verschil tussen privé- en vennootschapsbezit.
Een stijgende rente verhoogt uw maandlast en verlaagt de cashflow, vooral bij variabele leningen. Daarom is het cruciaal om vooraf een rente-stresstest uit te voeren: bereken wat er gebeurt bij een stijging van 1 à 2 procentpunten. Blijft uw project rendabel onder die omstandigheden, dan heeft u een robuuste investering in handen.
Ja, mits een doordachte strategie. Banken beoordelen de totaalstructuur van uw portefeuille: ze kijken naar de waarde van uw bestaande panden, uw schuldenlast en uw inkomstenstroom. Door de hefboomwerking van vastgoed (waarbij u huurinkomsten gebruikt om leningen af te lossen) kunt u gradueel meerdere projecten financieren, zolang uw schuldratio gezond blijft.

Hoe wilt u uw vraag stellen?

Een positief hefboomeffect ontstaat wanneer uw rendement hoger ligt dan de rentekost van de lening. Als de rente- of onderhoudskosten uw rendement overstijgen, spreekt men van een negatief hefboomeffect.
Een lening tot 70 à 80% van de aankoopwaarde wordt doorgaans als veilig beschouwd. Zo behoudt u voldoende buffer en blijft de cashflow positief.
Niet altijd. Bij hoge rentevoeten of dalende vastgoedprijzen kan het hefboomeffect averechts werken. Daarom is het belangrijk vooraf een realistische projectie te maken van uw inkomsten, kosten en rendement.
Een langere looptijd verlaagt de maandlasten, maar verhoogt de totale rentekost. De ideale looptijd hangt af van uw strategie: voor cashflow kiest u langer, voor kapitaalopbouw korter.
Ja, zeker. Via een vennootschap kunt u intresten en afschrijvingen fiscaal aftrekken, waardoor het netto hefboomeffect nog krachtiger wordt.
Absoluut. Nieuwbouw of vastgoed met huurgarantie behoudt beter zijn waarde en vereist minder onderhoud. Dat maakt het ideaal voor een hefboomstrategie met stabiele cashflow.
Een rentestijging kan uw cashflow verminderen. Daarom is het aan te raden om een deel van de lening met vaste rente te nemen of te simuleren wat +1 à +2% doet met uw rendement.
Ja. Door de huurinkomsten van bestaande panden te herinvesteren in nieuwe projecten, vergroot u uw hefboomcapaciteit. Dit is hoe professionele investeerders hun portefeuille laten groeien.

Hoe wilt u uw vraag stellen?

Dat hangt af van het gekozen model. Bij een vast huurcontract ontvangt u gegarandeerde inkomsten, ongeacht de bezetting. Bij een managementcontract of franchisemodel zijn de inkomsten gekoppeld aan de resultaten van het hotel, waardoor er meer variatie is maar ook hogere rendementskansen.
Nee. De exploitatie gebeurt altijd door een professionele operator of hotelketen. U bent investeerder/eigenaar en hoeft zich niet bezig te houden met het dagelijkse beheer of personeelszaken.
Dit varieert per project. U kunt investeren door het volledige hotel te kopen, maar ook via participaties of via fondsendie hotelvastgoed beheren. Hierdoor zijn er mogelijkheden voor zowel particuliere beleggers als institutionele investeerders.
Hotels zijn een nichemarkt, maar dankzij de sterke vraag van internationale ketens en fondsen is de doorverkoopmarkt actief. Zeker bij hotels die verbonden zijn aan een bekend merk is de liquiditeit relatief hoog vergeleken met andere niches.
Belangrijkste risico’s zijn afhankelijkheid van de toeristische en zakelijke markt, en schommelingen in bezettingsgraden bij variabele contractmodellen. Een solide locatie, een sterke operator en een langlopend contract beperken deze risico’s aanzienlijk.
In België worden inkomsten uit hotelvastgoed meestal belast als onroerend inkomen of, afhankelijk van de structuur van de investering, als beroepsinkomen. Bij een vaste verhuur aan een operator wordt vaak enkel het kadastraal inkomen geïndexeerd en verhoogd met 40% belast, wat voordelig kan zijn. Bij participaties via een vennootschap gelden andere regels en kan men kosten aftrekken. De precieze belasting hangt dus sterk af van de gekozen investeringsstructuur (privé of vennootschap).

Ja. Bij nieuwbouwprojecten geldt vaak het 21% btw-tarief in plaats van registratierechten. Dit kan interessant zijn wanneer de exploitant btw-plichtig is en de btw kan recupereren. Voor de particuliere investeerder betekent dit dat u best vooraf nagaat of btw-recuperatie mogelijk is of niet.

Hotelvastgoed wordt in de erfbelasting gelijk behandeld als ander vastgoed. Investeren via een vennootschap kan hier fiscale optimalisatie bieden (bv. aandelen schenken i.p.v. onroerend goed). Voor grotere portefeuilles wordt dit vaak bekeken in een bredere successiestructuur.

Dat varieert sterk per model en locatie:

  • Vast huurcontract: doorgaans 4–5% netto per jaar, met maximale stabiliteit.

  • Managementcontract: gemiddeld 6–7%, afhankelijk van bezettingsgraad en kamerprijzen.

  • Franchisemodel: potentieel nog hoger door merkwaarde en hogere kamerprijzen, maar ook meer variatie in inkomsten.

Ja. Via een vennootschap kunt u bepaalde kosten (interesten, onderhoud, afschrijvingen) aftrekken, waardoor uw netto rendement hoger kan uitvallen. Bovendien kan dit interessant zijn in het kader van successieplanning en risicospreiding.

Hoe wilt u uw vraag stellen?

Wanneer u een woning of appartement koopt met verhuurgarantie, sluit u een contract af met een professionele beheerder. Deze partij betaalt u de afgesproken huurvergoeding en neemt het risico van leegstand en wanbetaling volledig over.

Investeren met verhuurgarantie biedt u zekerheid van stabiele inkomsten, bescherming tegen leegstand en volledige ontzorging bij verhuur en beheer. Het is een eenvoudige manier om zorgeloos rendement te behalen met vastgoed.

Het rendement bij verhuurgarantie ligt soms iets lager dan wanneer u zelf verhuurt, maar daar staat tegenover dat u absolute zekerheid geniet over uw inkomsten en geen enkele zorg heeft over beheer of leegstand. Voor veel beleggers weegt die gemoedsrust zwaarder door dan een fractie meer rendement.

Een verhuurgarantiecontract kan wel lopen tot 30 jaar, afhankelijk van het project en de exploitant. U weet dus voor een lange periode exact waar u aan toe bent.

Na afloop van de garantieperiode kan u het contract vaak verlengen, zelf de verhuur opnemen of het pand verkopen. U behoudt dus volledige vrijheid en flexibiliteit om de volgende stap te kiezen die het best past bij uw situatie.

In de meeste gevallen neemt de exploitant de kleine onderhoudswerken en dagelijkse zorgen op zich, terwijl u als eigenaar enkel verantwoordelijk blijft voor grotere structurele werken. Dit zorgt ervoor dat u nauwelijks tijd moet besteden aan het beheer van uw eigendom.
Het risico dat een exploitant failliet gaat is zeer klein, zeker wanneer u samenwerkt met betrouwbare en ervaren partners. Door te kiezen voor een solide partij met een sterk track record blijft uw investering veilig en rendabel.
Verhuurgarantie wordt vaak aangeboden bij nieuwbouwprojecten, vakantiewoningen, studentenkamers en serviceflats. Deze formules zijn populair omdat ze een combinatie bieden van zekerheid, gemak en aantrekkelijke inkomsten.
U kan uw rendement eenvoudig berekenen door rekening te houden met de aankoopprijs, de gegarandeerde huurinkomsten, de kosten en de belastingen. Met een handige rendementcalculator krijgt u snel en duidelijk inzicht in wat uw investering u zal opleveren.

Hoe wilt u uw vraag stellen?

Wanneer u een woning of appartement koopt met verhuurgarantie, sluit u een contract af met een professionele beheerder. Deze partij betaalt u de afgesproken huurvergoeding en neemt het risico van leegstand en wanbetaling volledig over.

Investeren met verhuurgarantie biedt u zekerheid van stabiele inkomsten, bescherming tegen leegstand en volledige ontzorging bij verhuur en beheer. Het is een eenvoudige manier om zorgeloos rendement te behalen met vastgoed.

Het risico dat een exploitant failliet gaat is zeer klein, zeker wanneer u samenwerkt met betrouwbare en ervaren partners. Door te kiezen voor een solide partij met een sterk track record blijft uw investering veilig en rendabel.
Dat hangt af van het gekozen model. Bij een vast huurcontract ontvangt u gegarandeerde inkomsten, ongeacht de bezetting. Bij een managementcontract of franchisemodel zijn de inkomsten gekoppeld aan de resultaten van het hotel, waardoor er meer variatie is maar ook hogere rendementskansen.
Dit varieert per project. U kunt investeren door het volledige hotel te kopen, maar ook via participaties of via fondsendie hotelvastgoed beheren. Hierdoor zijn er mogelijkheden voor zowel particuliere beleggers als institutionele investeerders.
Ruwe vuistregel: bruto 3–5% is haalbaar op goede locaties; netto ligt lager na kosten (beheer, onderhoud, verzekeringen, leegstand, belastingen). Reken conservatief en laat marge voor onvoorziene kosten en rente‐schommelingen.
Kijk naar werkgelegenheid, bereikbaarheid/openbaar vervoer, voorzieningen (scholen, winkels, zorg), demografie en huurprijs-/leegstandscijfers. Micro-ligging wint vaak van macro-trend: straatniveau en buurtkwaliteit maken het verschil.
EPC beïnvloedt huurdersvraag, indexatiemogelijkheden en toekomstige verplichtingen. Een beter label verlaagt kosten en verhoogt verhuurbaarheid. Budgetteer renovatie/isolatie/technieken als onderdeel van uw businesscase.
Bruto rendementen schommelen meestal tussen 3% en 5%, afhankelijk van locatie, seizoen en type verhuur (kort vs. lang).
Meestal betaalt u belasting in het land waar het pand ligt. België heeft met veel landen een dubbelbelastingverdrag waardoor dubbele belasting vermeden wordt.
Populaire opties zijn Spanje en Portugal voor vakantieverhuur, Duitsland en Nederland voor stabiele huurmarkten, en Oostenrijk of Frankrijk voor chalets en tweede verblijven.
Bezoek het pand zelf, laat een lokale notaris of advocaat alles controleren en vraag een grondige due diligence. Zo voorkomt u juridische of financiële verrassingen.
Dat hangt af van de lokale huurprijs en uw kosten. Kijk niet alleen naar bruto huur, maar vooral naar netto: mede-eigendom, onderhoud, verzekering en eventuele leegstand bepalen het echte rendement.
De logica voor verhuur volgt in grote lijnen het Belgische regime rond onroerende inkomsten (privé vs beroepsgebruik). In bepaalde situaties (bv. verhuur aan professionelen) kan de belastinggrondslag anders uitvallen dan bij puur privégebruik; check dit vooraf.
Banken kijken naar uw persoonlijke dossier, maar ook naar de structuur: wie koopt wat, wie verhuurt, en hoe stabiel is het beheer? Een duidelijke overeenkomst helpt omdat die onzekerheid wegneemt.
Wanneer u kapitaal wil bundelen, risico wil spreiden, of wanneer u een planning wil opzetten (bv. later uitkopen, of gefaseerd doorschuiven binnen de familie).

Hoe wilt u uw vraag stellen?

Omdat uw vennootschap de bijdragen betaalt en deze volledig als beroepskost kan aftrekken. Zo verlaagt u de belastbare winst en bouwt u tegelijk een aanvullend pensioen op.
Ja, via het systeem van een voorschot. U mag een deel van het opgebouwde kapitaal gebruiken voor een aankoop, bouw of renovatie van vastgoed in de Europese Economische Ruimte.
Nee, maar het moet zich wel bevinden binnen de Europese Economische Ruimte (EER), dus binnen de EU plus Noorwegen, IJsland en Liechtenstein.
Ja, dat mag, zolang het onroerend goed een vastgoedinvestering is en niet louter privégebruik. Het mag dus verhuurd worden, bijvoorbeeld als opbrengsteigendom of kantoorruimte.

U ontvangt het opgebouwde kapitaal als uitkering. Dat bedrag kunt u vervolgens herinvesteren in vastgoed of gebruiken om bestaande leningen af te lossen.

Zoals bij elke belegging is voorzichtigheid geboden. Als uw IPT-kapitaal onvoldoende wordt aangevuld, kan uw uiteindelijke pensioenuitkering lager uitvallen. Het is dus belangrijk dit samen met uw verzekeraar of financieel adviseur te evalueren.

Hoe wilt u uw vraag stellen?

Ruwe vuistregel: bruto 3–5% is haalbaar op goede locaties; netto ligt lager na kosten (beheer, onderhoud, verzekeringen, leegstand, belastingen). Reken conservatief en laat marge voor onvoorziene kosten en rente‐schommelingen.
Niet alleen de prijs van het pand, maar ook registratierechten of btw, notaris- en aktekosten, schatting, dossier- en waarborgkosten lening, eventuele renovatie/modernisatie en eerste meubilair/keuringen.
Kijk naar werkgelegenheid, bereikbaarheid/openbaar vervoer, voorzieningen (scholen, winkels, zorg), demografie en huurprijs-/leegstandscijfers. Micro-ligging wint vaak van macro-trend: straatniveau en buurtkwaliteit maken het verschil.
Dagelijks verbruik en privé-kosten (water/elektra/gas), en bepaalde gemeenschappelijke lasten zijn doorgaans voor de huurder; structuur/herstellingen van eigenaar en niet-doorrekenbare syndicusposten blijven voor u. Check het huurdecreet/regio en neem het kostenoverzicht op in het contract.
EPC beïnvloedt huurdersvraag, indexatiemogelijkheden en toekomstige verplichtingen. Een beter label verlaagt kosten en verhoogt verhuurbaarheid. Budgetteer renovatie/isolatie/technieken als onderdeel van uw businesscase.
Stem de rentevaste periode af op uw horizon en risicoprofiel. Vast geeft zekerheid over cashflow; variabel kan voordeliger starten maar schommelt met de markt. Simuleer rentescenario’s (stress-test) en hou een cashbuffer.
In privé sferen is de fiscale behandeling anders dan in een vennootschap. De uiteindelijke heffing hangt af van factoren zoals type huurder/gebruiker, kosten, financiering en regionale regels. Vraag een fiscale simulatie op uw situatie om verrassingen te vermijden.

Minimaal een brandverzekering (eigenaarsluik); overweeg rechtsbijstand, huurwaarborgverzekering en eventueel inkomensverlies/BA. In mede-eigendom zit een deel via de blokpolis; check welk risico u individueel moet dekken.

Hoewel bestaand vastgoed vaak goedkoper lijkt, brengt het risico’s mee zoals hogere onderhoudskosten, lagere energieprestaties en mogelijke renovatieverplichtingen. Nieuwbouw is daarentegen energiezuinig, onderhoudsarm en voldoet aan alle huidige normen, waardoor het aantrekkelijker is voor huurders. Bovendien financieren banken nieuwbouwprojecten doorgaans gunstiger en behouden deze panden beter hun waarde. Voor investeerders betekent dit stabielere huurinkomsten, minder onverwachte kosten en een hogere meerwaarde op lange termijn.

Hoe wilt u uw vraag stellen?

Bruto rendementen schommelen meestal tussen 3% en 5%, afhankelijk van locatie, seizoen en type verhuur (kort vs. lang).
Naast aankoopkosten (registratierechten/btw, notariskosten) zijn er ook gemeenschappelijke kosten in appartementsgebouwen, onderhoud, verzekeringen en een eventuele verhuurbeheerder.

Dit verschilt per kustgemeente. Sommige steden hebben specifieke vergunningen of quota. Het is cruciaal om vooraf de lokale regelgeving te controleren.

Langetermijnverhuur aan particulieren wordt belast op basis van kadastraal inkomen. Bij korte termijn verhuur gelden specifieke btw- en belastingregels. Laat u hierover steeds adviseren.
Ja, een appartement aan zee kan deel uitmaken van uw vermogensplanning. Investeren via een vennootschap of gespreid schenken kan fiscaal interessant zijn.

Hoe wilt u uw vraag stellen?

Dat hangt af van uw persoonlijke situatie. In het algemeen loont het wanneer u over liquide middelen beschikt binnen uw vennootschap die u niet onmiddellijk nodig hebt voor de bedrijfsvoering, en wanneer u op lange termijn meerdere vastgoedprojecten plant.
Huurinkomsten zijn belastbaar aan het standaardtarief van 25%, maar dankzij aftrekbare kosten (onderhoud, intresten, afschrijvingen) ligt de effectieve belasting vaak veel lager dan bij privéverhuur.
Zeker. Banken financieren vaak liever via een vennootschap omdat ze beschikken over duidelijke cijfers en garanties. Bovendien kunnen intresten fiscaal worden ingebracht.
Banken vragen doorgaans een eigen inbreng van 20% tot 30% van de aankoopprijs, afhankelijk van het type vastgoed, uw financieel profiel en de looptijd van het krediet. Voor nieuwbouw of investeringsvastgoed kan dat iets hoger liggen. Een stevige eigen inbreng toont solvabiliteit en verlaagt het risico voor de bank, wat vaak resulteert in gunstigere rentevoorwaarden.
Ja, dat kan en vaak is het zelfs fiscaal interessant. Via uw vennootschap kunt u kosten zoals intresten, notariskosten en afschrijvingen fiscaal inbrengen, waardoor uw effectieve belastingdruk daalt. Let wel: het rendement wordt berekend op vennootschapsniveau, dus hou rekening met de belasting op meerwaarden en het verschil tussen privé- en vennootschapsbezit.
Niet altijd. Bij hoge rentevoeten of dalende vastgoedprijzen kan het hefboomeffect averechts werken. Daarom is het belangrijk vooraf een realistische projectie te maken van uw inkomsten, kosten en rendement.
Ja, zeker. Via een vennootschap kunt u intresten en afschrijvingen fiscaal aftrekken, waardoor het netto hefboomeffect nog krachtiger wordt.
Beleggingsfondsen en aandelen bieden potentieel hogere rendementen, maar ook meer volatiliteit. Vastgoed biedt stabiele, voorspelbare inkomsten en behoudt zijn waarde, zelfs in economisch onzekere tijden.
In de meeste gevallen volstaat 20 à 30% eigen inbreng. De rest financiert u via een lening, zodat u met beperkte middelen toch een aanzienlijk vermogen opbouwt dankzij het hefboomeffect.
Ja. Door tijdig te schenken, bijvoorbeeld via een vruchtgebruikconstructie of gesplitste aankoop, kunt u uw nalatenschap fiscaal voordelig plannen en vermijden dat uw erfgenamen hoge successierechten betalen.
Omdat uw vennootschap de bijdragen betaalt en deze volledig als beroepskost kan aftrekken. Zo verlaagt u de belastbare winst en bouwt u tegelijk een aanvullend pensioen op.
Ja, via het systeem van een voorschot. U mag een deel van het opgebouwde kapitaal gebruiken voor een aankoop, bouw of renovatie van vastgoed in de Europese Economische Ruimte.

Hoe wilt u uw vraag stellen?

Dat hangt af van de lokale huurprijs en uw kosten. Kijk niet alleen naar bruto huur, maar vooral naar netto: mede-eigendom, onderhoud, verzekering en eventuele leegstand bepalen het echte rendement.
Analyseer parkeerdruk en doelgroep: in woonwijken met vergunningen is de vraag vaak stabieler dan in pendelzones. Controleer ook of externe verhuur toegelaten is in de basisakte.
Vooral mede-eigendomskosten (poorten, verlichting, lift/helling), toegangsbadges, onderhoud van de infrastructuur en soms extra verzekeringen. Die kosten lijken klein, maar wegen relatief zwaar door bij lage huur.
De logica voor verhuur volgt in grote lijnen het Belgische regime rond onroerende inkomsten (privé vs beroepsgebruik). In bepaalde situaties (bv. verhuur aan professionelen) kan de belastinggrondslag anders uitvallen dan bij puur privégebruik; check dit vooraf.
Dat verschilt per gewest en situatie. Voor een parking als belegging valt u doorgaans in de standaard aankooprechten, terwijl verlaagde tarieven vooral gekoppeld zijn aan voorwaarden van de eigen/ enige woning. Vlaanderen publiceert de “enige eigen woning”-tarieven en voorwaarden expliciet.
Soms wel, maar banken bekijken parkingvastgoed anders dan een woning: lagere ticket, andere waarborglogica, en soms hogere eigen inbreng. Combineert u parking met een woning, dan loopt dit meestal vlotter.
Liquiditeit is locatie-afhankelijk. In schaarstezones verkoopt een parking vaak snel; elders kan het langer duren. Een bundel (meerdere plaatsen) verkoopt soms trager maar kan aantrekkelijk zijn voor een grotere belegger.

Net daarom is locatie alles. Autoluwe plannen kunnen straatparkeren terugdringen, wat private plaatsen net waardevoller maakt of net minder, als de buurt sterk richting deelmobiliteit evolueert. Kijk naar het lokale mobiliteitsplan en geplande ontwikkelingen.

Hoe wilt u uw vraag stellen?

Beleggingsfondsen en aandelen bieden potentieel hogere rendementen, maar ook meer volatiliteit. Vastgoed biedt stabiele, voorspelbare inkomsten en behoudt zijn waarde, zelfs in economisch onzekere tijden.
Absoluut. Een evenwichtige pensioenstrategie combineert liquiditeit (spaarrekeningen), rendement (beleggingen) en stabiliteit (vastgoed). Zo spreidt u risico’s én vergroot u uw financiële zekerheid.
In de meeste gevallen volstaat 20 à 30% eigen inbreng. De rest financiert u via een lening, zodat u met beperkte middelen toch een aanzienlijk vermogen opbouwt dankzij het hefboomeffect.
U kunt kiezen voor professioneel vastgoedbeheer. De beheerder zorgt voor verhuur, onderhoud en administratie. Zo blijft uw investering passief en zorgeloos.
Ja. De huurinkomsten worden niet rechtstreeks belast, enkel via het geïndexeerd kadastraal inkomen. Bovendien kunt u vastgoed fiscaal optimaliseren via een vennootschap of successieplanning.
Ja. Door tijdig te schenken, bijvoorbeeld via een vruchtgebruikconstructie of gesplitste aankoop, kunt u uw nalatenschap fiscaal voordelig plannen en vermijden dat uw erfgenamen hoge successierechten betalen.

Hoe wilt u uw vraag stellen?

In onverdeeldheid beslist u samen. Zonder afspraken geldt vaak: hoe zwaarder de beslissing, hoe hoger de vereiste meerderheid. Daarom is een overeenkomst cruciaal: u wil vooraf bepalen wat “dagelijks beheer” is en wat “strategische beslissingen” zijn.
U kan uw aandeel verkopen, maar in realiteit koopt de markt liever “hele panden” dan “stukjes”. Vaak is verkoop het vlotst wanneer u vooraf een uitkoopregeling en waarderingsmethode afspreekt.
Banken kijken naar uw persoonlijke dossier, maar ook naar de structuur: wie koopt wat, wie verhuurt, en hoe stabiel is het beheer? Een duidelijke overeenkomst helpt omdat die onzekerheid wegneemt.
Meestal pro rata volgens aandeel, maar u kan dat verfijnen: bv. één partij beheert (tegen vergoeding) of één partij betaalt bepaalde kosten in ruil voor een groter deel van de huur.
Dat is de logica, maar u kan hiervan afwijken als u dat contractueel vastlegt (bv. iemand investeert meer tijd/werk, of één partij financiert een renovatie).

In de basis betaalt u op het deel dat u aankoopt. De exacte toepassing (tarief, eventuele voordelen of uitzonderingen) hangt af van het gewest en uw situatie (type onroerend goed, bestemming, voorwaarden).

Wanneer u kapitaal wil bundelen, risico wil spreiden, of wanneer u een planning wil opzetten (bv. later uitkopen, of gefaseerd doorschuiven binnen de familie).
Niet het pand, maar de samenwerking. Zonder duidelijke afspraken over beheer en exit ontstaat frictie net op de momenten die ertoe doen (renovatie, verkoop, leegstand).

Hoe wilt u uw vraag stellen?

Dat hangt af van uw persoonlijke situatie. In het algemeen loont het wanneer u over liquide middelen beschikt binnen uw vennootschap die u niet onmiddellijk nodig hebt voor de bedrijfsvoering, en wanneer u op lange termijn meerdere vastgoedprojecten plant.

Een werkvennootschap focust op operationele activiteiten, terwijl een patrimoniumvennootschap enkel onroerend goed aanhoudt en beheert. Die laatste structuur is ideaal om investeringsvastgoed te centraliseren en fiscaal te optimaliseren.

Ja, maar privégebruik van vennootschapsvastgoed wordt belast als een voordeel van alle aard. De fiscus houdt hierbij rekening met de huurwaarde of marktwaarde van het pand.
Huurinkomsten zijn belastbaar aan het standaardtarief van 25%, maar dankzij aftrekbare kosten (onderhoud, intresten, afschrijvingen) ligt de effectieve belasting vaak veel lager dan bij privéverhuur.
Dat hangt af van het type vastgoed. Enkel wanneer het pand wordt gebruikt voor btw-plichtige activiteiten (zoals kortverhuur) kan btw gedeeltelijk of volledig worden gerecupereerd.
De meerwaarde is belastbaar binnen de vennootschap, maar bij herinvestering wordt de belasting gespreid over de nieuwe afschrijvingsperiode. Zo blijft het fiscale nadeel beperkt.
Zeker. Banken financieren vaak liever via een vennootschap omdat ze beschikken over duidelijke cijfers en garanties. Bovendien kunnen intresten fiscaal worden ingebracht.
Ja, dat kan via een verkoop of inbreng in natura, maar het vergt een grondige analyse. Zowel de meerwaarde als de registratierechten kunnen impact hebben op de uiteindelijke belastingdruk.
Zoals bij elke investering blijft vastgoed onderhevig aan marktschommelingen en beheer. Belangrijk is dat u de structuur correct opzet en een strategie kiest die aansluit bij uw doel: rendement, vermogensopbouw of successieplanning.

Hoe wilt u uw vraag stellen?

Niet gevonden wat u zocht?

Stel uw vraag en wij voegen deze mogelijk toe aan onze FAQ. Ingelogde gebruikers krijgen voorrang bij de beantwoording.

Schrijf u in op de nieuwsbrief

Klaar om uw vastgoedstrategie naar een hoger niveau te tillen?

27-2