Het echte probleem: inflatie versus spaarrente
Wat telt, is het reële rendement (na inflatie). In eenvoudige termen:
spaarrente − inflatie = uw echte opbrengst (of verlies).
In België lag de inflatie de voorbije jaren structureel hoger dan de rente op klassieke spaarrekeningen. Zelfs vandaag, met hogere rentes, blijft het verschil vaak negatief. Concreet: bij een spaarrente van 1% en een inflatie van 4% verliest u ongeveer 3% koopkracht per jaar.
€50.000 spaargeld betekent dan €1.500 verlies per jaar, zonder dat u het voelt.
Waarom dat verlies zich opstapelt
Inflatie werkt elk jaar opnieuw. Wie geld tien jaar laat staan aan een negatief reëel rendement, verliest niet lineair maar exponentieel aan koopkracht. Dat is precies waarom “even afwachten” op lange termijn duur kan uitvallen.
Waarom vastgoed anders werkt
Vastgoed onderscheidt zich op drie cruciale punten:
-
Inflatiebescherming
Huurprijzen worden geïndexeerd en vastgoedprijzen volgen op lange termijn de inflatie (en vaak meer). -
Inkomenscomponent
In tegenstelling tot spaargeld genereert vastgoed maandelijkse huurinkomsten. -
Tastbare waarde
Vastgoed heeft een intrinsieke waarde die minder volatiel is dan financiële producten.
Historisch stijgen huurprijzen en vastgoedwaarden mee met de levensduurte, terwijl spaargeld net koopkracht verliest. Dat maakt vastgoed voor veel beleggers een logische langetermijnanker binnen hun vermogen.
De juiste rol van spaargeld
Dit betekent niet dat spaargeld “slecht” is. Het blijft essentieel voor:
-
een noodbuffer;
-
korte termijnuitgaven;
-
financiële rust.
Maar geld dat u jaren laat stilstaan, wordt langzaam uitgehold. Precies daar kan vastgoed een aanvulling zijn: niet als snelle winst, maar als structurele bescherming van vermogen.
Bij De Vastgoedbelegger vertrekken we altijd vanuit die vraag:
welk deel van uw vermogen moet liquide blijven, en welk deel mag voor u werken?